Ga direct naar


Het gevaar van de personalisering van de politiek

Hengstmengelmaandag 15 maart 2010 02:21 | Bas Hengstmengel
Een bekende regel in de sociale omgang luidt dat we op de bal moeten spelen en niet op de man. Dat blijkt niet eenvoudig in de politiek. De afgelopen weken zijn we getuige geweest van diverse uitwassen van wat wel kan worden omschreven als de personalisering van de politiek.

De persoon van de politicus komt steeds meer centraal te staan (in plaats van zijn boodschap) en inhoudelijke kritiek verwordt steeds vaker tot een persoonlijke aanval. Dientengevolge treedt er een verruwing op van het parlementaire debat, waarbij ordinaire scheldpartijen niet langer worden vermeden. We konder het waarnemen in het kamerdebat over de kabinetscrisis rond Uruzgan, het partijleidersdebat na de gemeenteraadsverkiezingen, maar ook in het persoonlijk schofferen door PVV-er De Mos van GroenLinkser Van Gent. Het op-de-persoon-spelen is in politieke context niet alleen onfatsoenlijk – dat is het ook buiten die context – maar zelfs gevaarlijk. 

Basisgegeven in de politiek is dat er verschillende meningen tegenover elkaar staan – soms fundamenteel verschillend – terwijl er desondanks moet worden samengewerkt en samengeleefd. Politieke conflicten hebben altijd de potentie alomvattend te worden, omdat ze raken aan fundamenteel verschillende levens- en wereldbeschouwingen. Om de conflicten te kanaliseren en hanteerbaar te houden, moeten ze aan een geheel van vormelijkheden worden onderworpen. Antagonisme (vijandschap) moet worden omgezet in agonisme (tegenstanderschap).  Juist door het bewaren van een formele afstand is toenadering mogelijk.
Door vormelijkheden, regels en procedures wordt communicatie gestructureerd en kunnen betrokkenen op enige afstand van elkaar blijven. Ze nemen niet met hun hele persoon direct deel. Daarom zijn parlementaire vormen en gebruiken ook zo belangrijk: spreken via de voorzitter, geen straattaal gebruiken, nooit een bewindspersoon rechtsreeks voor leugenaar uitmaken, elkaar laten uitspreken etcetera. Een Kamerlid dat een rechtstreekse, persoonlijke aanval uit op een bewindspersoon diskwalificeert zich daarmee als politicus. Wie teveel persoonlijk betrokken raakt bij het politieke spel, doet er verstandig aan zich terug te trekken, zoals Agnes Kant deed.
Het authenticiteitsideaal, waarbij iedereen zoveel mogelijk moet zeggen wat hij of zij denkt, en de toenemende publieke exhibitie van het private, vormen in dat licht een gevaar voor het samenleven. In de politiek is dit gevaar des te groter omdat het een spel om de macht betreft. Conflicten tussen fundamenteel verschillende levens- en wereldbeschouwingen zijn dan niet puur academische exercities. Politiek is geen onschuldig spel.
Het publieke domein, en zeker het politieke deel daarvan, kan niet zonder het hanteren van vormen, die we als spelregels zouden kunnen aanduiden. De historicus Johan Huizinga heeft in zijn boek Homo ludens (1938) gewezen op het culturele belang van het spelelement, zoals dat mede te vinden is in het recht en in de politiek. Zoals een spel spelregels nodig heeft, zo heeft het politieke debat regels en vormen nodig. Dit gaat echter dieper dan de regels als zodanig. Het komt aan op beschaving, diplomatie en tact als buffers tegen onnodige sociale conflicten. De essentie van beschaving is het dragen van een masker. Het private – inclusief persoonlijke afkeer en agressie – mag niet ongekanaliseerd worden geuit. Indirectheid is een deugd. Daarbij is diplomatie de kunst om conflicten op zo’n manier op te lossen dat de waardigheid van de andere partij overeind blijft. Tact is het daar waar mogelijk behandelen van anderen naar hun eigen maten en het op die manier respecteren van de ander.
De politiek filosofe Hannah Arendt heeft er op gewezen dat het publieke domein beschouwd kan worden als een kunstmatige ruimte, een tussen-ruimte. Vreemden kunnen pas tot elkaar komen doordat er eerst een afstand tussen hen gecreëerd wordt. Door het dragen van een masker – het spelen van een specifieke rol, met de daarbij behorende verwachtingen – kunnen mensen afstand nemen van zichzelf. Arendt wijst op de herkomst van de term persona. Oorspronkelijk verwees deze term naar het masker dat klassieke acteurs gebruikten. Het masker had twee functies: verbergen van het eigen gezicht, maar ook het doorlaten van het stemgeluid. In de verschuiving naar de juridische terminologie kreeg de term de betekenis van de juridische persoonlijkheid van de Romeinse staatsburger in het rechtsproces. De wet bepaalde enerzijds hoe de Romein zich had te gedragen in het publieke domein, maar gaf hem anderzijds de mogelijkheid het eigen geluid te laten horen. Het was niet een ‘natuurlijke’ persoon die in een rechtsproces verscheen, maar een ‘gecultiveerde’ persoon met rechten en plichten voor de wet. Deze juridische status maakte het mogelijk een specifieke rol te spelen in het publieke domein. 
Zo is het ook in het politieke debat. Politici zijn geen willekeurige individuen die alles kunnen roepen wat er in hen opkomt. Ze spelen een cruciale rol in de democratische rechtsstaat. Bij die rol horen vormen die het gewicht van deze rol honoreren. Het zijn de christelijke partijen die op het punt van publiek optreden, persoonlijke omgang en integriteit een goede naam hebben. Daarmee betonen ze zich hoeders van de maatschappelijke orde. Dat mag wel eens gezegd worden in deze tijden.
Bas Hengstmengel is docent arbeidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

 

Dientengevolge treedt er een verruwing op van het parlementaire debat, waarbij ordinaire scheldpartijen niet langer worden vermeden. We konder het waarnemen in het kamerdebat over de kabinetscrisis rond Uruzgan, het partijleidersdebat na de gemeenteraadsverkiezingen, maar ook in het persoonlijk schofferen door PVV-er De Mos van GroenLinkser Van Gent. Het op-de-persoon-spelen is in politieke context niet alleen onfatsoenlijk – dat is het ook buiten die context – maar zelfs gevaarlijk. 

Basisgegeven in de politiek is dat er verschillende meningen tegenover elkaar staan – soms fundamenteel verschillend – terwijl er desondanks moet worden samengewerkt en samengeleefd. Politieke conflicten hebben altijd de potentie alomvattend te worden, omdat ze raken aan fundamenteel verschillende levens- en wereldbeschouwingen. Om de conflicten te kanaliseren en hanteerbaar te houden, moeten ze aan een geheel van vormelijkheden worden onderworpen. Antagonisme (vijandschap) moet worden omgezet in agonisme (tegenstanderschap).  Juist door het bewaren van een formele afstand is toenadering mogelijk.

Door vormelijkheden, regels en procedures wordt communicatie gestructureerd en kunnen betrokkenen op enige afstand van elkaar blijven. Ze nemen niet met hun hele persoon direct deel. Daarom zijn parlementaire vormen en gebruiken ook zo belangrijk: spreken via de voorzitter, geen straattaal gebruiken, nooit een bewindspersoon rechtsreeks voor leugenaar uitmaken, elkaar laten uitspreken etcetera. Een Kamerlid dat een rechtstreekse, persoonlijke aanval uit op een bewindspersoon diskwalificeert zich daarmee als politicus. Wie teveel persoonlijk betrokken raakt bij het politieke spel, doet er verstandig aan zich terug te trekken, zoals Agnes Kant deed.

Het authenticiteitsideaal, waarbij iedereen zoveel mogelijk moet zeggen wat hij of zij denkt, en de toenemende publieke exhibitie van het private, vormen in dat licht een gevaar voor het samenleven. In de politiek is dit gevaar des te groter omdat het een spel om de macht betreft. Conflicten tussen fundamenteel verschillende levens- en wereldbeschouwingen zijn dan niet puur academische exercities. Politiek is geen onschuldig spel.

Het publieke domein, en zeker het politieke deel daarvan, kan niet zonder het hanteren van vormen, die we als spelregels zouden kunnen aanduiden. De historicus Johan Huizinga heeft in zijn boek Homo ludens (1938) gewezen op het culturele belang van het spelelement, zoals dat mede te vinden is in het recht en in de politiek. Zoals een spel spelregels nodig heeft, zo heeft het politieke debat regels en vormen nodig. Dit gaat echter dieper dan de regels als zodanig. Het komt aan op beschaving, diplomatie en tact als buffers tegen onnodige sociale conflicten. De essentie van beschaving is het dragen van een masker. Het private – inclusief persoonlijke afkeer en agressie – mag niet ongekanaliseerd worden geuit. Indirectheid is een deugd. Daarbij is diplomatie de kunst om conflicten op zo’n manier op te lossen dat de waardigheid van de andere partij overeind blijft. Tact is het daar waar mogelijk behandelen van anderen naar hun eigen maten en het op die manier respecteren van de ander.

De politiek filosofe Hannah Arendt heeft er op gewezen dat het publieke domein beschouwd kan worden als een kunstmatige ruimte, een tussen-ruimte. Vreemden kunnen pas tot elkaar komen doordat er eerst een afstand tussen hen gecreëerd wordt. Door het dragen van een masker – het spelen van een specifieke rol, met de daarbij behorende verwachtingen – kunnen mensen afstand nemen van zichzelf. Arendt wijst op de herkomst van de term persona. Oorspronkelijk verwees deze term naar het masker dat klassieke acteurs gebruikten. Het masker had twee functies: verbergen van het eigen gezicht, maar ook het doorlaten van het stemgeluid. In de verschuiving naar de juridische terminologie kreeg de term de betekenis van de juridische persoonlijkheid van de Romeinse staatsburger in het rechtsproces. De wet bepaalde enerzijds hoe de Romein zich had te gedragen in het publieke domein, maar gaf hem anderzijds de mogelijkheid het eigen geluid te laten horen. Het was niet een ‘natuurlijke’ persoon die in een rechtsproces verscheen, maar een ‘gecultiveerde’ persoon met rechten en plichten voor de wet. Deze juridische status maakte het mogelijk een specifieke rol te spelen in het publieke domein. 

Zo is het ook in het politieke debat. Politici zijn geen willekeurige individuen die alles kunnen roepen wat er in hen opkomt. Ze spelen een cruciale rol in de democratische rechtsstaat. Bij die rol horen vormen die het gewicht van deze rol honoreren. Het zijn de christelijke partijen die op het punt van publiek optreden, persoonlijke omgang en integriteit een goede naam hebben. Daarmee betonen ze zich hoeders van de maatschappelijke orde. Dat mag wel eens gezegd worden in deze tijden.

Bas Hengstmengel is docent arbeidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

 

 

Labels
gastcolumn

«Terug

Reacties op "Het gevaar van de personalisering van de politiek"

tk
Geplaatst op: 15-03-2010 21:17Citeer
Goed verhaal. Maar er zijn niet veel kiezers meer die dat soort politici belonen.
Nieuw bericht